Eén op 3 autobestuurders is al eens moeten stoppen op de pechstrook langs de autosnelweg. Minder dan de helft van die personen heeft op dat moment de essentiële veiligheidsvoorschriften nageleefd, namelijk het plaatsen van de gevarendriehoek en het dragen van een fluohesje. Nochtans voelt 8 op de 10 mensen zich op de pechstrook onveilig. Dit zijn de resultaten uit een nieuwe enquête van Vias institute bij een representatief staal van de Belgische bevolking.

1 op 3 van de Belgische autobestuurders is ooit al eens gestopt op de pechstrook. 8 op 10 personen (79%) die gestopt zijn, voelden zich dan ook onveilig op de pechstrook. De pechstrook is een bijzonder gevaarlijke plaats, want auto’s en vrachtwagens rijden tegen hoge snelheid rakelings langs je heen. Een Franse studie heeft berekend dat voetgangers op de pechstrook slechts 15 à 20 minuten overleven.

1 op 10 stopt om redenen die niet gewettigd zijn

Van degenen die gestopt zijn op de pechstrook had bijna 7 op 10 autopech (69%). 1 op 10 had een ongeval gehad (10%). Toch is er een vrij omvangrijke groep die om een andere reden op de pechstrook gestopt is. In totaal stopt 1 Belg op 10 om redenen die totaal onwettig zijn: een sanitaire noodstop, om hun navigatiesysteem in te stellen of om een telefoontje te doen. Dat is uiteraard verboden en zeer gevaarlijk. Onterecht stoppen op de pechstrook is een overtreding van de 2de graad en kan je een boete van 116 euro opleveren.

Minder dan de helft volgt de veiligheidsvoorschriften

Als je op de pechstrook gestopt ben, is het van groot belang om de veiligheidsvoorschriften goed te volgen. Minder dan de helft van de Belgen die al eens gestopt is op de pechstrook stelde het juiste gedrag. Slechts 49% stelde de gevarendriehoek op, en 48% deed zijn fluohesje aan. Meer dan de helft (53%) zijn op de pechstrook blijven staan in plaats van zich in veiligheid te brengen achter de vangrail

Regels niet altijd goed gekend

9 op de 10 Belgen (92%) weet dat je bij pech mag stoppen op de pechstrook. 62% weet dat dat ook kan bij een ongeval. 63% denkt dat je ook mag stoppen als de bestuurder onwel wordt. Dat is in principe niet de bedoeling, maar als er sprake is van absolute overmacht door bijvoorbeeld een hartaanval, dan kan je natuurlijk wel op de pechstrook stoppen en de hulpdiensten verwittigen.

Amper 4 op de 10 weet exact waar hij de gevarendriehoek moet plaatsen

Amper 41% van alle Belgen weet dat de gevarendriehoek op autosnelwegen op 100 meter voor het voertuig geplaatst moet worden. Dat komt ongeveer overeen met de remafstand aan 120 km/h. 25% denkt dat hij op 50 meter moet staan, 23% zelfs op 30 meter. Op die afstand is het op de rechterrijstrook echter onmogelijk om te anticiperen op het gevaar.

4 op 10 bewaart zijn fluohesje in de koffer

56% van de Belgen bewaart zijn fluohesje waar het moet, namelijk binnen handbereik in de wagen. Bijna 4 op 10 (38%) bewaart zijn fluohesje in de koffer. Volgens de wegcode moet je als bestuurder het fluohesje dragen, vooraleer je de wagen verlaat.

Dat is onmogelijk als je het hesje in de koffer bewaart. Slechts 25% van de Belgen is trouwens op de hoogte van deze regel. Bijna drie kwart (73%) denkt dat de bestuurder en alle passagiers een fluohesje moeten dragen. Uiteraard is het niet verboden om als passagier een fluohesje aan te doen als je de wagen verlaat, maar je bent volgens de wet maar wettelijk verplicht om één fluohesje aan boord van de wagen te hebben. 

1 op 10 Belgen heeft op pechstrook gereden

1 op de 10 Belgen heeft in de laatste 5 jaar wel eens op de pechstrook gereden. 40% van die mensen deed dat om de volgende afrit te nemen en 10% om de files te passeren.. Dat is uiteraard verboden.

10 tips als je op de pechstrook gestopt bent

  1. Parkeer uw wagen zo dicht mogelijk tegen de vangrails of in een vluchthaven
  2. Zet alle richtingaanwijzers aan als dat nog gaat.
  3. Denk altijd eerst aan je eigen veiligheid en die van je passagiers.
  4. Vooraleer je uitstapt, trek je je fluohesje aan.
  5. Laat eventuele passagiers altijd langs de rechterkant uitstappen en plaatsnemen ver achter de vangrail.
  6. Als je uitgestapt bent, hou je blik altijd op het verkeer gericht. Wandel je dus nooit met je rug naar het aankomend verkeer.
  7. Plaats de gevarendriehoek op ongeveer 100 meter van uw auto, stap hiervoor als dat kan achter de vangrail.
  8. Verwittig de hulpdiensten: en probeer met hulp van hectometer- of kilometerpaal uw locatie zo exact mogelijk door te geven.
  9. Wacht bij uw auto ten minste 15 meter achter de vangrail. Blijf in geen geval op de pechstrook staan.
  10. Als uw auto niet meer kan rijden, laat hem dan zo vlug mogelijk verplaatsen.

Wanneer mag je rijden op de pechstrook?

Artikel 9.7. Het is verboden op de pechstrook te rijden behalve :

voor de prioritaire voertuigen die een dringende opdracht uitvoeren;

voor personen of diensten opgeroepen door het openbaar ministerie of door de federale of lokale politie, om zich bij sterk vertraagd of stilstaand verkeer naar de plaats van een incident langs of op de autosnelweg of autoweg te begeven;

voor takelwagens, om zich bij sterk vertraagd of stilstaand verkeer, naar de plaats van een incident langs of op de autosnelweg of autoweg te begeven.

Wat moet je doen in het geval je voertuig defect is?

Artikel 51.2. De gevarendriehoek wordt voor het voertuig geplaatst ongeveer in verticale stand, op een afstand van ten minste 30 meter op de gewone wegen en van ten minste 100 meter op de autosnelwegen, en zodanig dat hij voor de naderende bestuurders zichtbaar is van op een afstand van ongeveer 50 meter.

Artikel 51.4. Wanneer op autosnelwegen en autowegen de bestuurder van een pechvoertuig op een plek terechtkomt waar hij niet mag stoppen of parkeren, moet hij een retro-reflecterende veiligheidsvest dragen, zodra hij zijn voertuig verlaat.