De helft van de Belgen krijgt soms opmerkingen van zijn partner over zijn rijgedrag. 1 op de 8 krijgt zelfs elke rit opmerkingen. Vaak leiden die opmerkingen tot discussies. De grootste bron van ergernis is te snel rijden. Een kwart van de Belgen ergert zich als zijn partner te snel rijdt. Toch voelt de Belg zich in het algemeen veilig als hij met zijn partner met de auto onderweg is, zo blijkt uit een nieuwe enquête van Vias institute.

8 op de 10 zit wekelijks met zijn partner in de auto

Vias institute bevroeg in deze enquête een representatieve steekproef van 1000 personen die in een relatie zaten.

8 op de 10 Belgische koppels (82%) rijdt wekelijks minstens eenmaal met zijn partner samen met de wagen ergens naartoe. 1 op de 8 koppels (12%) is zelfs dagelijks met elkaar onderweg. 

Mannen zitten opvallend vaker dan vrouwen achter het stuur. Bij 4 op de 10 koppels(39%) zit de man het vaakst achter het stuur. Bij ongeveer 2 op de 10 koppels (18%) rijden zowel de man als de vrouw even veel. Bij sommige koppels is er zelfs helemaal geen discussie. Bij bijna 4 op de 10 koppels (38%) rijdt de man altijd.

Opvallend is dat die situatie dat mannen vaker rijden langzaam groeit. Bij prille relaties (tussen 0 en 2 jaar) rijden 37% van de koppels even veel. Het is dus na verloop van tijd dat de man de bovenhand haalt.

Te snel…en te traag rijden grootste ergernissen

Te snel en…te traag rijden blijken in het algemeen de grootste ergernissen te zijn als je met je partner meerijdt. Toch zijn er grote verschillen tussen de ergernissen van de mannen en die van de vrouwen.

Top 5 van ergernissen achter het stuur als je met je partner meerijdt

 

Algemeen

 

 

Ergernissen van mannen over hun partner achter het stuur

 

 

Ergernissen van vrouwen over hun partner achter het stuur

 

1)

Te snel rijden

24%

1)

Te traag

22%

1)

Te snel rijden

30%

2)

Te traag rijden

22%

2)

Geen richtingaanwijzer gebruiken

21%

2)

Te voorzichtig rijden

22%

3)

Te voorzichtig rijden

17%

3)

Te snel rijden

18%

3)

Te agressief rijden

21%

4)

Te agressief rijden

16%

4)

Te kort achter een voorligger rijden

18%

4)

Te traag rijden

21%

5)

Te kort achter een voorligger rijden

16%

5)

Te voorzichtig rijden

12%

5)

Niet geconcentreerd, onoplettend zijn

17%

 

Ik erger me nergens aan als mijn partner rijdt

29%

 

Ik erger me nergens aan als mijn partner rijdt

35%

 

Ik erger me nergens aan als mijn partner rijdt

23%

22% van de mannen vindt dat hun partner te traag rijdt achter het stuur. Daarnaast storen ze zich ook aan het feit dat de richtingaanwijzer niet gebruikt wordt (21%) en aan te snel rijden (18%). Nog een opvallend verschil: 10% van de mannen ergert zich als hun partner te veel babbelt in de wagen. Bij de vrouwen is dat slechts 4%.

Vrouwen ergeren zich vooral als hun partner te snel rijdt (30%). Te voorzichtig rijden (22%) en te agressief rijden (21%) vervolledigen de top 3. 14% van de vrouwen ergert zich ook als hun partner de gsm gebruikt om te bellen of te sms-sen. Bij de mannen is dat slechts 6%. 

Deze bevinden liggen in lijn met wat we eerder al hebben vastgesteld wat betreft het toegegeven snelheidsgedrag. Mannen geven in een recente enquête aan vaker de snelheidslimieten te overschrijden dan vrouwen. Op een autosnelweg geeft 30% van de mannen aan maandelijks wel eens te snel te rijden, tegenover 22% van de vrouwen). Binnen de bebouwde kom (33% mannen, 22% voor de vrouwen) geven mannen vaker aan dan vrouwen dat ze minstens 1 keer per maand te snel rijden.

 

Maar ook wat bijvoorbeeld het gsm-gebruik achter het stuur betreft, zien we een belangrijk verschil tussen de twee geslachten. Dit is ongeacht of het gaat om effectief bellen met een gsm of ermee bezig te zijn. 3,6% van de mannen gebruiken hun gsm achter het stuur ten opzichte van 2,4% van de vrouwen. Vrouwelijke bestuurders hebben minder de neiging om handelingen te stellen met hun gsm terwijl ze aan het rijden zijn.

Helft van de bestuurders krijgt opmerkingen van zijn partner

Die ergernissen blijven niet zonder commentaar. 38% van de Belgen krijgt af en toe een opmerking van zijn partner, maar 1 op de 8 bestuurders (13%) krijgt zelfs élke rit een opmerking te verwerken van zijn partner. Een even grote groep beweert (13%) nooit een opmerking te krijgen over hun rijgedrag.

2/3 van de bestuurders past zijn rijgedrag aan na opmerkingen

Kritiek krijgen is één zaak, hoe je ermee omgaat is een andere zaak. In 32% van de gevallen dat iemand een opmerking krijgt, is er een discussie maar past de partner zijn rijstijl niet aan. Mannen passen hun rijstijl minder aan dan vrouwen. In 2/3 van de gevallen past de bestuurder wel zijn rijgedrag aan na de opmerkingen van zijn partner.

Mannen vinden zichzelf de beste bestuurders

De helft van de mannen zegt zonder verpinken dat ze een betere bestuurder zijn dan hun partner. Bij de vrouwen zegt slechts 19% dat ze beter rijden dan hun partner.

Puur objectief bekeken zijn vrouwen echter verkeersveiligere bestuurders dan mannen.

Ongevallen waarbij er een vrouwelijke bestuurster betrokken was, hebben namelijk bijna twee keer minder vaak een dodelijke afloop dan de ongevallen met een mannelijke autobestuurder. We tellen 10 doden per 1.000 letselongevallen waarbij een vrouwelijk autobestuurder betrokken was, ten opzichte van 19 doden bij letselongevallen met een mannelijke bestuurder. 

Toch voelen we ons vrij veilig bij onze partners

Ondanks de opmerkingen, de ergernissen en de discussies die er ontstaan tussen partners als ze met de wagens rijden, voelen de meeste Belgen zich wel veilig als ze met hun partner meerijden. Op een schaal van nul tot tien, geeft 73% van de Belgen zijn partner een score van 8 op 10 of hoger.

Slechts 6% geeft zijn partner een score van 5 op 10 of minder.

Verkeerspsycholoog van Vias institute Ludo Kluppels: ‘Snel en vlot rijden, behoren nog altijd tot het stereotype beeld van man-zijn. Ze blijven helaas binnen het verkeersgedrag hardnekkig bestaan. Mannen beseffen vaak onvoldoende wat de mogelijke risico’s zijn van hun gedrag. Wederzijdse opmerkingen tussen partners over hun rijgedrag zijn op zich dus een positief punt. Het is belangrijk dat men rekening houdt met dat wederzijdse commentaar. Passagiers moeten hieruit leren dat ze wel degelijk opmerkingen mogen maken ten aanzien van de bestuurder die misschien meer risico neemt dan dat hijzelf doorheeft. Al moet dat commentaar natuurlijk op een vriendelijke manier geformuleerd worden. Enkele jaren geleden organiseerde Vias institute al een campagne voor jongeren om zich als passagier uit te spreken als je vindt dat je bestuurder onveilig rijgedrag stelt.’